Biografie
Een van de leraren van Sluijter is Christiaan Johannes (Chris) Lanooij (1881-1948), keramist, maar ook schilder, tekenaar, beeldhouwer en glas-in-lood-kunstenaar. Hij op zijn beurt is weer leerling van onder meer de Roermondse architect en beeldend kunstenaar Pierre Cuypers en van de Goudse schilder en tekenleraar Jan Lugthart. Ook Johannes Franciscus (Frans) Slot (1909-1974) en Paul en Maria Hobbel zijn leerling van Lanooij.
Lanooij wordt op 16 maart 1881 geboren in Sint Annaland op het Zeeuwse eiland Tholen en groeit op in een gezin met tien kinderen. Als kind tekent en schildert hij graag en blijkt zijn eigen knikkers te bakken. Hij volgt een avondcursus aan de Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag en werkt eerst bij plateelfabriek Rozenburg (1896-1897) aldaar als leerling-decoratieschilder. Later verhuist hij naar de Koninklijke Plateelbakkerij Zuid Holland in Gouda (1900), Firma Brantjes in Purmerend (1903) en plateelbakkerij Haga (1906) in Purmerend waar hij werkt als ontwerper en artistiek leider. In de periode 1901-1902 vervult hij zijn dienstplicht.
Tijdens zijn werk in Purmerend experimenteert Lanooij met technieken voor het aanbrengen van lusterglazuur. De decoraties bestaan voor een groot deel uit fantasie vissen, kwallen, zeeanemonen, wieren en schelpdieren. Andere thema’s die hij gebruikt zijn vlinders, wespen, kikkers en bloemmotieven.
Vanaf 1907 is hij zelfstandig pottenbakker aan de Ridder van Catsweg in Gouda met een grote ambachtelijke productie. Hij noemt zichzelf kunstpottenbakker. Als keramist is hij hoofdzakelijk autodidact. Kenmerkend zijn zijn soms metaalkleurige glazuurexperimenten, waarbij Lanooij met zijn druipende, artistieke effecten geïnspireerd lijkt door de Chinese en Japanse kunst. Hij is een van de belangrijkste Nederlandse ontwerpers van keramiek in de eerste helft van de twintigste eeuw.
In een kranteninterview ter ere van zijn 60ste verjaardag vertelt Lanooij hoe belangrijk vorm, kleur en glazuur van zijn werk voor hem zijn. Hij blijkt kleuren al snel op het randje van opdringerig te vinden en hoogglanzend glazuur als goedkoop te ervaren. Kunstmatig gematteerde glazuren daarentegen ziet hij als doods. “Aardewerk zien en aanvoelen tekent de ‘beschaafden mensch'”, aldus Lanooij.

Zijn eerste tentoonstelling is in 1908 op de Kunstnijverheidstentoonstelling in Den Haag. Hij krijgt internationaal erkenning als hij de prix d’honneur wint in 1910 tijdens een expositie in Brussel. In 1914 heeft hij een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam waarvoor hij 400 stukken bijeenbrengt.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog ervaart Lanooij grote moeite om aan grondstoffen te komen voor de klei- en glazuursamenstelling. Veel materiaal komt uit het buitenland. Hij gaat in deze tijd ook lezingen geven over het pottenbakkersvak en zijn eigen werk.
Lanooij trouwt in 1907 met Johanna Elizabeth (Belly) Schuitemaker uit Purmerend. Ze krijgen vijf kinderen: Lotty, Cees, Betty, Rudolf en Hedda. De jongste zoon Hedda overlijdt in 1919 op babyleeftijd aan kinkhoest. In de zomer van 1920 verhuist hij naar Epe (“Huize Hedda”) vanwege de broze gezondheid van zijn dochter die ondertussen malaria heeft. Op doktersadvies verruilt hij Gouda voor de gezondere omgeving op de Veluwe.
Lanooij werkt ook van 1918 tot en met 1929 als freelance glaskunstenaar en ontwerper voor glasfabriek Leerdam. Hij blijkt de eerste die de term ‘unica glas’ gebruikt voor unieke, met de hand vervaardigde glaskunstobjecten, die – meestal – in een eenmalige oplage zijn gemaakt. Daarnaast schildert hij in zijn atelier De Koekoek en dan vooral landschappen. Ook deze schilderijen blijken populair.
Rond 1924 doet Frans Slot, 15 jaar oud, zijn intrede als oppas voor de schapen en geiten. Niet lang daarna wordt hij door Lanooij opgeleid tot een bekwaam en hulpvaardig assistent die pas vanaf 1946 zelfstandig in het vak verder gaat.
In 1925 krijgt Chris Lanooij de Médaille d’or voor zijn werk op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs.
Hoewel Lanooij een gewiekst zakenman blijkt, gaat het hem financieel niet altijd voor de wind. Er zijn twee kunstvrienden die hem door financieel moeilijke perioden in zijn loopbaan helpen: de remonstrantse dominee en kunstverzamelaar Hendricus van Assendelft (1875-1928) en kunstpedagoog Hendricus Petrus Bremmer (1871-1956). Van Assendelft is een verwoed verzamelaar van moderne, progressieve, abstracte kunst en zijn verzameling heeft een omvang van ongeveer 100 stukken. Bremmer legt een verzameling van ongeveer 110 werken van Lanooij aan en adviseert andere vermogende verzamelaars waaronder Helene Kröller-Müller (1869-1939) ook werk van hem aan te schaffen.
Zijn vrouw Belly is verantwoordelijk voor de financiën en de administratie. Zij blijft graag op de achtergrond. In 1941 overlijdt zij. Rond deze periode ontwikkelt Lanooij diabetes. Wanneer hij in februari 1945 aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt opgepakt door de bezetter vanwege het verbergen van wapens in Epe voor de Ondergrondse wordt dit zijn redding. In concentratiekamp Amersfoort raakt hij in een diabetisch coma en belandt hierdoor op de ziekenboeg en wordt hij niet gefusilleerd.
Hij overlijdt op 24 januari 1948 op 66-jarige leeftijd in zijn woning in het Gelderse Epe. Hij wordt begraven op de begraafplaats aan de Tongerenseweg naast zijn vrouw Belly.
De grafsteen waarin een schaal is verwerkt, is vermoedelijk gemaakt door zijn dochter Lotty. Het graf is bedekt met een aantal gebruikte ronde ovenplaten met verschillende kleuren afgedropen glazuur.
In september 2008 wordt in het gemeentehuis van Epe de Lanooij lounge geopend met een gebrandschilderd raam van Lanooij waarin een portret is verwerkt van Frans Slot.
Het keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden heeft meer dan honderd werken van Lanooij in de collectie. Museum Gouda heeft 83 stukken. Ook is zijn werk te zien in Museum de Fundatie en het Kröller-Müller Museum. De gemeente Epe heeft een aantal schalen en een schilderij met vissen van Lanooij in haar bezit.
Referenties
- E. Ebbinge. C.J. Lanooij Kunstpottenbakker. Gemeentelijk Museum Het Princessehof Leeuwarden 2 april t/m 29 mei 1977. Druk: Eisma bv. Leeuwarden.
- A. van der Kley-Blekxtoon. Leerdam glas 1878-1930. Uitgeversmaatschappij De Tijdstroom Lochem-Gent 1984.
- M. Singelenberg-Van der Meer. Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940. Zevende druk. Uitgeversmaatschappij ANTIEK Lochem bv. Lochem 2007.
- www.lanooij.com
- W. Heijbroek. Tussen twee vuren. Chris Lanooij. Zeeuws Tijdschrift 2000; 50, 2: 1-24.
- B.J. Baas, L. Megens. Glazuurkunst van Chris Lanooij; de periode Gouda 1898-1920. Vormen uit Vuur. Uitgave van de Nederlandse Vereniging van Vrienden van Ceramiek en Glas. Maart 2020. Druk: Mazeline/De Groot Drukkerij, Goudriaan.
- Op bezoek bij Chris Lanooij; de vermaarde kunstpottenbakker te Epe wordt 16 maart aanstaande 60 jaar. Eigen Erf, in woord en beeld. Geïllustreerd familieweekblad. De Geïllustreerde Pers, 16e jaargang; nr. 48: 14 februari 1941.
