Biografie
De Belgische tekenaar, beeldhouwer, (glas)ontwerper en houtsnijwerker Jules Seraphien Vermeire wordt in 1885 geboren in Wetteren. Hij komt uit een gezin met 8 kinderen; zijn vader maakt als steenhouwer onder meer grafstenen en schoorsteenmantels.
Hij leert het beeldhouwen in zijn vaders werkplaats en volgt een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Gent en later op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.
In Antwerpen ontmoet hij Chris Lebeau (1878-1945) uit Amsterdam met wie hij in 1908 naar Haarlem vertrekt. Chris Lebeau – ondertussen werkzaam als leraar aan de Haarlemse Kunstnijverheidsschool – helpt hem met het maken van sculpturen van hoorn, been en ivoor, geïnspireerd door werk van Mendes da Costa en John Rädecker.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog komt Vermeire als vluchteling met zijn broers definitief naar Nederland en gaat hij wonen in Den Haag. Hij leert verpleegkundige Caroline Marie van de Gumster (1888-1973) kennen en trouwt met haar in 1915. Ze krijgen een zoon, Don.
materiaal
De Amsterdamse beeldhouwer John Rädecker (1885-1956) leert hem te werken in ‘taille directe’; een techniek waarbij iemand direct in steen werkt zonder voorafgaand een model op schaal te maken. Vermeire werkt het liefst met afvalsteen en zoekt zelf zijn stenen van zwart marmer in de Belgische Ardennen. De breuken en breukvlakken van de steenbrokken gebruikt hij voor de uitdrukking van zijn koppen.
Tot 1912 werkt Vermeire met hout en dierenhoornen. Na 1912 gebruikt hij voornamelijk brons, marmer en steen. Favoriete onderwerpen zijn dieren, figuurvoorstellingen en portretten. Hij heeft een voorkeur voor ruwe en onafgewerkte sculpturen.
Vermeire ontwerpt in de jaren 1930 tot 1932 figuren in glas voor glasfabriek Leerdam. Hij maakt ook aardewerk sculpturen die uitgevoerd (‘gebakken’) worden door Cees Sluijter en Gerrit de Blanken. Sluijter verkoopt op markten soms ook werk van Vermeire.
Door kennissen wordt Vermeire omschreven als een bescheiden, begaafde, poëtische kunstenaar en een vrij solitaire werker. In 1975 wint hij de Jacob Hartoghprijs. Hij blijft actief in zijn werkplaats in Den Haag tot 1977 en overlijdt in dat jaar te Wassenaar.
Zijn werk is aanwezig in onder meer het Kröller-Müller Museum, het Kunstmuseum Den Haag, Museum Boijmans Van Beuningen, Museum de Fundatie en het Museum of Modern Art.

monogram Vermeire
Referentie
- M. Singelenberg-Van der Meer. Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940. Zevende druk. Uitgeversmaatschappij ANTIEK Lochem bv. Lochem 2007.
- www.museumdefundatie.nl
- www.oudwassenaer.nl
